Gouden Bergen

Ieder jaar eind mei kijken we hier in zuid-west Andalusië, waar ik woon, reikhalzend uit naar het moment waarop ze zich weer oprichten, openen, en hun gouden gloed aan ons schenken. Zonnebloemen. Een van de eyecatchers van deze regio: glooiende gouden heuvels, zover het oog rijkt.

 

In het Spaans heten zonnebloemen girasoles, wat letterlijk betekent: draai-zonnen. Als ze jong zijn, draaien ze mee met het licht. Ze openen zich ’s ochtends met de opkomende zon, keren hun gezicht naar haar licht en koesteren zich in de warmte. Aan het einde van de dag sluiten ze zich weer langzaam naar het westen, de ondergaande rode bol uitgeleidend.

 

Maar worden de zonnebloemen ouder, dan verandert er iets. Geleidelijk registreren ze steeds minder het licht, en reageren er dus minder op. Ze keren zich meer in zichzelf. Totdat de bloemen op een gegeven moment helemaal ophouden met meebewegen en stug één en dezelfde kant op blijven kijken, langzaam uitdrogen, verdorren en vergaan. 

 

Wow.. wat een metafoor eigenlijk, besef ik.

 

Ik kijk naar mijn mannetje van bijna 4 jaar, nog zo puur en zo flexibel in dat wat zich aandient. Soms maakt hem iets verdrietig, gefrustreerd, ziedend. Dat uit hij dan, op die pure, voor ons af en toe bijna buiten proporties aandoende manier, en vijf minuten later is het weer diepe liefde, vreugde, uitgelatenheid, om iets nieuws dat zich aandient. Zijn. Léven. In het moment. Vol vertrouwen en verwachtingsvol meebewegend met dat wat ís.

 

En dan ik. Met vlagen mijn uiterste best doend om weer iets terug te vinden van dat jeugdig verlangen. Om me niet te verliezen in de veelheid aan taken die ik mijzelf op mijn schouders heb gelegd, de verwachtingen die ik denk dat anderen van mij hebben, en de complexiteiten van het leven in het algemeen. Ik heb wel wat weg van een oudere zonnebloem. Als ik niet oplet begin ik óók uit te drogen.

 

Herinner je je dat uit je kindertijd? Dat je je ogen open deed en een bruisend enthousiasme voelde dat je deed opspringen, de gordijnen open rukken en de trap af stuiteren, het leven tegemoet? En als het dan regende? Geen “oh nee, getver... de dag begint al verkeerd..”. Nee hoor, gewoon een: “Yes! Cool! Waar zijn mijn laarzen?”

 

Er is niets mis mee om af en toe even niet in het felle licht te willen kijken. Sterker nog, het is logisch dat er met de jaren wat meer rust in de tent komt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tegenwoordig steeds liever in de schaduw vertoef, dan in de volle zon. En het leven ís nu eenmaal niet meer zo ongecompliceerd naarmate we ouder worden en meer verantwoordelijkheden hebben. Maar hoe zou het zijn als we ons best deden om ’s ochtends volledig open te zijn voor wat er maar komt? Ons niet frustreren als we nog in halfslaap de vuile was in de koelkast leggen en de melk naast de beker gieten, maar juist erom lachen? De grumpy gezichten in het verkeer begroeten met een glimlach? En de enorme stapel werk en onrust die op kantoor op ons wacht aanpakken met kalmte en positiviteit: eens kijken wat we vandaag voor elkaar kunnen krijgen? En alles anders loopt dan we hadden gepland, dit met open armen ontvangen; het nemen zoals het komt?

 

De schaduw mag niet gaan overheersen. Licht is optimisme, is léven. Af en toe moeten we ons koppie naar de zon draaien, ook als deze tijdelijk achter de wolken is verdwenen. De controle loslaten, het gevoel dat we het allemaal zelf wel weten. Vrolijk en impulsief zijn als een kind. Spélen. Zodat we niet verdorren, verstarren.

 

Dus dat besluit ik vandaag: ik word een ‘gira-al-sol’ (draai-naar-de-zon) van middelbare leeftijd. Ha! En nu ga ik heerlijk op het strand over de golfjes springen in de branding, schelpen zoeken en een zandkasteel bouwen. Zónder mijn zoon, mét mijn innerlijke kind. En het werk dat aan me trekt? Dat wacht wel even. Straks ga ik dáár weer met volle aandacht mee aan de slag.  

Reactie schrijven

Commentaren: 0